Midprice, 256 blz.
€ 10,00
ISBN 978 90 414 1206 5
Een archeologe wordt gebeld terwijl zij in het buitenland aan
een groep studenten lesgeeft: haar vader ligt in het ziekenhuis.
Ze reist zo spoedig mogelijk terug naar Nederland, waar ze haar
intrek neemt in het huis van haar vader en haar overleden moeder.
Daar wordt ze overspoeld door herinneringen aan haar
jeugd in het dorp. Dat zijn ontroerende en vrolijke herinneringen
aan haar ouders en grootouders en aan de geborgenheid
van de buurt, maar ook gedachten aan de minder prettige aspecten
van het dorpsleven in de jaren vijftig.
In Een kleine wereld schetst Marga Kool met veel gevoel het plattelandsleven
in het Nederland van de jaren vijftig van de vorige
eeuw. Het verhaal van een jeugd in Drenthe ontroert en geeft tegelijk
een realistisch beeld van een bestaan dat niet altijd even
zonnig was.
Marga Kool over Een kleine wereld
Nadat mijn vader in 1999 was overleden, voelde ik heel intens hoe onherroepelijk en meedogenloos de tijd verstrijkt. Herinneringen aan mijn jeugd en de streek waarin ik opgroeide drongen zich op; in mijn columns en verhalen slopen steeds vaker verwijzingen naar de boerensamenleving van vroeger, naar mijn kindertijd en naar de plek die mijn vader daarin innam. Ik realiseerde me al schrijvende hoezeer de samenleving op het Drentse platteland in de loop der jaren veranderd is en besloot er een roman over te schrijven. Niet een geschiedenisboek of een autobiografie, maar proza waarin fictie en autobiografische gegevens verweven konden worden. Een roman over graven in de tijd, over ontsluiten en beschrijven. In Een kleine wereld heb ik gemis, heimwee, en zowel komische als schrijnende herinneringen aan een voorbije samenleving laten stollen in een verhaal over een archeologe en haar zieke vader. In hun belevenissen en emoties kon ik mijn fantasie en mijn herinneringen kwijt.
’s Maandags in alle vroegte kwam Lange Jan voorbijfietsen, met
achter de fiets het rode fietskarretje met de wasmachine. Jan had
een lange, uitgerekte Gazelle. Het fietskarretje had een lange boom
met een krulvormig uiteinde, waarmee het vastgebonden was aan
een pin onder het zadel.
Lange Jan fietste raar. Langzaam en amechtig. Iedere keer dat
een been naar beneden trapte ging zijn bovenlijf naar voren; de kin
priemde ver over het stuur.
Op het karretje stond de wasmachine, stevig vastgebonden met
de zwarte binnenbanden van een fiets. De ventielen glinsterden in
de zon. De wasmachine was een ronde, glimmend witte kuip, een
echte snelwasser, die door de boerenvrouwen werd geminacht en
door de vrouw van de hoofdonderwijzer de hemel in werd geprezen.
‘Ja, wat wil je. Zij krijgen de kleren toch niet smerig,’ spotte
buurvrouw Albers. ‘Nee, en ook niet schoon,’ schamperde buurvrouw
Geesje terug.
Dan lachten ze wat. Niet hardop. Ze trokken de mondhoeken
naar beneden, er kwamen lachrimpeltjes rond hun ogen, ze trokken
de schouders omhoog en gniffelden met de klank van leedvermaak.
Ons gehucht was te klein voor notabelen. Dokter, dominee en
notaris woonden ver weg in het hoofddorp. Het was een buurt van
boeren, middenstanders en arbeiders. Meester was bij ons de hoogste
in rang: de burgemeester van het gehucht. En zijn vrouw was
dus een eigenwijs portret, vonden de mensen. Dat ze iedere maandag
de elektrische wasmachine van Lange Jan huurde, maakte het er
niet beter op.
Mijn favoriet
Dit boek sprak mij meteen aan, omdat schrijfster Marga Kool op een heel simpele, maar directe wijze het plattelandsleven van Nederland beschrijft. In Drenthe om precies te zijn. Hoofdpersoon van het boek is een archeologe, die tijdens een studiereis wordt gebeld dat haar vader in het ziekenhuis ligt. Ze reist meteen terug en trekt in het huis van haar vader en overleden moeder. Daar komen de herinneringen aan haar jeugd in het dorp in alle hevigheid opzetten. Ontroerende en vrolijke herinneringen aan haar ouders en grootouders en aan de geborgenheid van de buurt, maar ook gedachtes aan de minder prettige aspecten van het dorpsleven in de jaren vijftig. Een kleine wereld is niet alleen een mooi boek omdat het zo ontroerend is, maar ook door het realistische beeld dat Marga Kool schetst.
Karin van Limburg, Margriet Vakantieboekenbijlage juni '06
De jaren vijftig liefdevol herbeleefd
„De wereld was niet heel groot toen ik klein was", schrijft Marga Kool in een terugblik op een jeugd in Drenthe. Een kleine wereld heet haar boek dan ook, waarin ze de kneuterigheid van de jaren vijftig liefdevol beschrijft. Aanleiding voor het overpeinzen van hoe het vroeger was, is de terugkeer naar het ouderlijk huis van de verteller, een archeologe. Haar vader is na een onfortuinlijke val in het ziekenhuis beland en zij staat hem bij in wat zijn laatste weken blijken te zijn.
De auteur wisselt heden en verleden af. Elke dag zit de vertelster aan de zijde van haar vader, die broos v en kwetsbaar in het ziekenhuisbed ligt. Met zijn magere nek, dunne grijze haren en geslonken spieren is hij een schim geworden van wie hij vroeger was: een sterke, knappe vent, aantrekkelijk voor vrouwen. Zittend naast deze man die haar troostte als ze bang was, die haar meenam in het donker om de nachtegaal te horen zingen en „de liefste vader van de wereld" was, komen de herinneringen aan haar jeugd boven.
Met haar ouders en een jongere zusje woonde de archeologe op een boerderij in een dorp van boeren, middenstanders en arbeiders. Haar vader werkte hard in zijn bedrijf, moeder zorgde voor de meisjes en later ook voor twee neefjes, een tweeling die lange tijd bij hen inwoonde. De herinneringen zijn vooral liefdevol: liefhebbende ouders, lange zomerse dagen, onschuldige avontuurtjes, een zacht spelende radio en een tikkende koekoeksklok. De deur van de boerderij staat open voor elke gast, er wordt niet geroddeld en geen ruzie gemaakt. „Het huis was een veilig bolwerk", zegt de auteur.
Toch is er ook verdriet: om een broertje dat kort na de geboorte overlijdt, om de Zeeuwse opa en oma die na de watersnoodramp korte tijd onbereikbaar zijn.
Dat de jaren vijftig de grens van een oude naar een nieuwe tijd markeerden, laat Marga Kool subtiel zien. Het is het decennium dat iedereen de gifspuit met DDT hanteert, de televisie zijn intrede doet, de mechanisatie het boerenbedrijf bereikt en de langzaam-wasser - de voorloper van de wasmachine - in de huishoudens komt. "Moetjes' beginnen zeldzamer te worden en meisjes gaan studeren.
Een kleine wereld is een ontroerend boek over een voorbije periode. .Daarnaast is het een document van een kind over een onbezorgde jeugd. Marga Kool weet de schoonheid van 'het kleine' prachtig te treffen.
Lies Schut, De Telegraaf 21-5-'06
Verbluffend simpele en ontroerende manier
'In Een kleine wereld ziet Marga Kool kans om op een verbluffend simpele en ontroerende manier twee werelden met elkaar te verbinden. Enerzijds die van de fictie: een volwassen archeoloog wordt uit het buitenland teruggeroepen omdat haar vader in haar kleine Drentse geboortedorp een ernstig ongeluk heeft gehad, anderzijds die van de zeer persoonlijke herinneringen die door haar terugkeer naar het dorp worden opgeroepen: met grote precisie beschrijft ze haar kinderleven in de jaren vijftig en zestig, de boerderij, familie en buren, de VIVO-winkel, de radio met de ochtendgymnastiek, de waterstanden en de berichten over de Ramp van 1953, het soms moeilijke maar altijd liefdevolle leven in een boerengezien waarvan de kinderen ’s zaterdags nog na elkaar in de tobbe gaan in de keuken. Ze roept op een indringende manier het Drenthe van een halve eeuw geleden op dat – hoe verdwenen ook – door haar toegewijde archeologenwerk voor de lezer tot in de hitte van de zomerdagen toe werkelijk wordt.'
Willem van Toorn (auteur van Het verhaal van een middag en De rivier)
Wilde Bloemen in het weiland
Marga Kool is vooral bekend als schrijver van streektaal, maar debuteerde ooit met Nederlandstalige proza. Iets meer dan 25 jaar na haar verhalenbundel Liefje, lijden heeft geen kleur komt ze nu met een roman vol herinneringen: Een kleine wereld.
Vijf jaar geleden verscheen van journaliste Judith Koelemeijer de ‘ware familiegeschiedenis’ Het zwijgen van Maria Zachea waarin twaalf kinderen in Noord-Holland een oude moeder verzorgen. Op basis van hun verhalen schetste Koelemeijer een realistisch en ontroerend beeld van het veranderende Nederland tussen 1935 en 1955. Maria Zachea bleek een groot succes, vergelijkbaar met De eeuw van mijn vader van Geert Mak.
Een kleine wereld van Marga Kool (Beekbergen, 1949) doet in meerdere opzichten denken aan de bestseller van Koelemeijer. Alleen al de presentatie: prijkt op het omslag van Maria Zachea een foto van vier kinderen in de branding, bij Kool ligt er een meisje in een zomers weiland half bedolven onder het gras, het hoofd op een geblokte theedoek. De sfeer van de jaren vijftig, het grijsblauwe duotoon-licht, de verkrampte houding van de kinderen – beide omslagfoto’s suggereren hetzelfde onbestemde gevoel.
Tweede overeenkomst is het vertrekpunt. Koelemeijer grijpt een hersenbloeding aan voor het verzamelen van familieverhalen over hoe het vroeger was. Kool laat een archeologe uit het buitenland terugkeren naar Zuidwest-Drenthe om voor een bejaarde vader te zorgen, die na een val in het ziekenhuis is beland. De archeologe neemt haar intrek in het ouderlijke huis en haalt herinneringen op aan haar kindertijd, de jaren vijftig, het dorp en het platteland.
Een kleine wereld lijkt gericht op lezers die van nabij hebben meegemaakt dat het platteland nog echt agrarisch was. De hoofdpersoon van Kool groeit op op een kleinschalig gemengd bedrijf, met dieren en gewassen. Is de rooms-katholieke familie van Koelemeijer in afwachting van het Tweede Vaticaans Concilie, bij de protestantse Kool dient de ‘revolutie’ van Sicco Mansholt zich aan.
Het noemen van deze overeenkomsten is van belang, omdat Een kleine wereld zich niet laat lezen als een volstrekte verrassing. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn. Maar er vanuit gaande dat de boekenwereld in twee delen uiteenvalt, in boeken die iets nieuws vertellen en in boeken die herkenning bieden, wordt het wat lastig als die herkenning al eens eerder is geboden. Komt nog bij dat de agrarische wereld van Kool nog maar net uit zicht is verdwenen – hij wordt nog niet eens gemist.
De wetenschap dat we hier te maken hebben met een roman, en niet met oral history zoals bij Koelemeijer, verandert daar opvallend weinig aan. Het gaat bij Kool op de eerste plaats om de losse herinneringen van de archeologe aan het dorpsleven. Opvallend: de moeder van de hoofdpersoon komt weinig in beeld, vrijwel alle aandacht gaat uit naar de vader. De dochter laat hem twee keer veelbetekenend in de steek – als hulp op het landen als ze zich aan een man geeft – maar dat intrigerende gegeven wordt slechts aangestipt.
Toch heeft deze roman veel te bieden. Allereerst is daar de soepele en heldere manier van vertellen. Kool, in het dagelijkse leven dijkgraaf van waterschap Reest en Wieden, heeft een aangename toon en kan goed schrijven. Het Drenthe van weleer, met zijn keuterboertjes en kinderen die twijfelen tussen trouw aan het platteland en de belofte van de stad, mag heel blij zijn met zo’n chroniqueur. Dat Kool heel soms naar de familie- en streekroman neigt, zij haar vergeven.
Ten tweede heeft Kool een goed oog voor kleine details en ingrijpende veranderingen. Zonder een afkeurend oordeel te vellen, laat ze zien hoe het platteland in de loop der jaren door de vooruitgang is ‘gezuiverd’ en ‘veredeld’. Woonden in het begin van de jaren vijftig de mensen met een ‘verstandelijke handicap’ nog gewoon in het dorp en hielpen ze mee op het bedrijf, in de loop der jaren zijn ze verdwenen zoals ook de wilde bloemen in de weilanden er niet meer zijn.
Alleen al dat soort observaties maakt deze roman de moeite waard. Lezend over de doofstomme Lientje die een kind kreeg van haar vader en in haar slonzige kleren alleen voor boodschappen naar de bewoonde wereld kwam, of lezend over de ‘tot in het diepst van zijn vezels’ beschadigde Jopie, die een tijdje in een normaal gezin mag wonen en werken en daar accordeon leert spelen – geen haan die dan nog kraait naar Koelemeijer of Mak.
Een kleine wereld is een boek over afscheid nemen. Over het afscheid van ouders, maar nog meer over afscheid nemen van een tijdperk waarin veel, zoniet alles vanzelfsprekend was. Om met de tekstdichter Friso Wiegersma te spreken: ‘En langs het tuinpad van m’n vader/ Zag ik de hoge bomen staan/ Ik was een kind, hoe kon ik weten/ Dat dat voorgoed voorbij zou gaan.’
Joep van Ruiten, Dagblad van het Noorden 7-4-‘06
Boek van de week
In de traditie van Geert Mak heeft Marga Kool een roman geschreven, die zich afspeelt op het Drentse platteland van de jaren vijftig. Als haar vader plotseling in het ziekenhuis wordt opgenomen, keert een archeologe terug naar haar ouderlijk huis. Ze wordt overspoeld door herinneringen aan haar moeder, haar zusje en haar overleden broertje. Ze vertelt over de familie, de sociale controle in het dorp, de zuinigheid en de dood van haar ouders. Deze roman geeft een realistisch beeld van het leven in de jaren vijftig. Lezen!
Libelle, april '06
Eerste tv, eerste Chinees, eerste auto
Noem je roman Een kleine wereld, geef hem als ondertitel terug naar het dorp van mijn ouders en zet op de achterflap dat het over een jeugd op het Drentse platteland in de jaren vijftig gaat, en je loopt grote kans dat je boek bij voorbaat wordt weggezet als Nederlandse oubolligheid in het kwadraat. Gezever over vroeger, toen het leven hard maar overzichtelijk was.
Misschien is dat de reden dat Marga Kools roman tot nu toe weinig tot geen aandacht in de pers kreeg. Ten onrechte, want ze schrijft wél erg goed, al kan ze thematisch inderdaad niet veel kanten uit en valt ze in dat opzicht temg op wat anderen al eerder hebben geschreven (denk bijvoorbeeld aan Esther Gerritsens Normale Dagen). Maar wat haar boek zo goed maakt is dat de tekst zo'n prachtig afgewogen, rond geheel is.
Een archeologe keert terug naar haar geboortedorp omdat haar bejaarde vader plotseling in het ziekenhuis is opgenomen. De grens tussen gevoelig en sentimenteel proza is dun, in zulke situaties, maar Marga Kool slaagt er pagina na pagina in om net aan de goede kant van de lijn te blijven. Dat is te danken aan haar gevoel voor humor en haar relativeringsvermogen.
Als vader in het ziekenhuis verzucht dat de mensen tegenwoordig te oud worden, dat ze zo oud worden dat ze uit hun huis weg moeten om in een verpleeg- of bejaardentehuis te sterven, stemt zijn dochter niet in met zijn klaagzang, maar stelt er een andere gedachte tegenover: vroeger werden de mensen net zo goed oud, maar ze gingen niet weg. "Of liever gezegd: de kinderen gingen niet weg."
Mooi is ook de passage waarin de vrouw zich herinnert dat haar opa zijn geliefde hond begroef. Dit is bij uitstek een scčne die sentimenteel had kunnen worden, Ware het niet dat Kool er op precies het juiste moment humor aan toe heeft gevoegd.
Opa heeft zijn eigen koninklijke onderscheiding aan de halsband van de hond vastgemaakt, omdat hij meent dat zijn hond dat verdient voor zijn moed en trouw. Aan het graf zegt hij tegen zijn kleindochter dat ze dat beter aan niemand kan vertellen. "Pas als de koningin er heel erg naar komt zoeken, dan mag je vertellen waar hij is, beloofd?" Het kleine meisje knikt ernstig.
Jaren later, als archeologe, wekt ze met dit verhaal grote hilariteit onder haar studenten: "Ik acht het niet onmogelijk dat over enkele duizenden jaren een of andere archeoloog tot de conclusie komt dat in deze streek de huisdieren koninklijke onderscheidingen meekregen in hun graf."
Nostalgie is troef in de roman: herinneringen aan de eerste auto's en televisies in het overwegend arme dorp, het eerste Chinese restaurant, de traditionele voorjaarsschoonmaak en het eeuwige gebruik van de achterdeur in plaats van de voordeur.
Inderdaad een kleine wereld, uiterst voorspelbaar ook, maar prachtig in woorden gevat.
Hanna de Heus, Trouw 26-8-‘06